Wat is reuma?
Reuma is een verzamelnaam voor meer dan tweehonderd verschillende aandoeningen van het bewegingsapparaat, voor zover zij niet duidelijk het gevolg van een ongeluk zijn. Het bind- en steunweefsel in en om de gewrichten is hierbij aangedaan. Ongeveer 1 op de 10 Nederlanders heeft langdurig reumatische klachten.
Men kan reuma onderverdelen in aandoeningen in het gewricht (gewrichtsreuma) en aandoeningen buiten het gewricht, (''weke-delen reuma''). Reumatische aandoeningen kunnen zowel chronisch als acuut van aard zijn.
Artrose en artritis zijn chronische vormen van gewrichtsreuma, echter met het verschil dat er bij artritis sprake is van ontstekingen.
Weke-delen reuma
Bij deze vorm van reuma is het bindweefsel in de omgeving van gewrichten (zoals spieren, pezen, kapsel, slijmbeurzen en tussenwervelschijven) aangedaan. Over het algemeen is er minder bekend over de weke-delen reuma, waarschijnlijk omdat het vaak om minder ernstige ziektebeelden gaat.
Welke-delen reuma is eigenlijk een vergaarbak van acute of langdurige pijnsyndromen, die in de meeste gevallen geen blijvende schade aan de weefsel aanrichten. Toch komen deze klachten vrij veel voor. In Nederland lijdt ongeveer een half miljoen mensen aan chronische vormen van weke-delen reuma, zoals bijvoorbeeld een tenniselleboog, een stijve nek of schouder, slijmbeursontsteking en spit. De pijnlijke klachten kunnen ontstaan door overbelasting of door zware lichamelijke arbeid.
Artrose
Artrose is één van de vele chronische reumatische aandoeningen in het gewricht. Het is een ziekte van het gewrichtkraakbeen. In Nederland zijn er ongeveer 650.000 mensen die hieraan lijden. Het berust op breukjes in het collageennetwerk van het gewrichtskraakbeen, waarbij het kraakbeen op den duur zelf uit het gewricht kan verdwijnen. Door de afname van kraakbeen neemt de belasting op de botten toe waardoor pijn kan ontstaan. Het onderliggende bot kan dikker worden en op langere termijn zelfs misvormd raken. Artrose kan in alle gewrichten voorkomen maar dikwijls zijn het heupen, de knieën en de nek die door artrose als eerste worden aangetast. Wanneer de artrose vordert kan er eventueel ook een gewrichtsontsteking optreden.
Artritis
Naast artrose kennen we ook chronische vormen van reuma waarbij er sprake is van ontsteking in het gewricht (ontstekingsreuma). Ruim 380.000 Nederlanders lijden aan een chronische vorm van ontstekingsreuma. Eén van de meest voorkomende vormen is reumatoïde artritis raakt in eerste instantie het gewrichtskapsel ontstoken waardoor het gaat zwellen en ontstekingsvocht gaat produceren. Geleidelijk aan kunnen ook het kraakbeen en het bot worden aangetast. De ontstekingen bij patiënten met artritis zijn meestal chronisch. Ontstekingen kunnen een lange periode aanhouden, maar ook ineens verdwijnen of juist onverwacht weer opkomen. In eerste instantie heeft een patiënt pijn en zwellingen in handen, voeten of in allebei. Vaak breiden de klachten zich langzaam uit en zijn gewrichten voor een langere periode ontstoken.
Oorzaken
Oorzaken van reumatische aandoeningen zijn in de reguliere geneeskunde niet altijd bekend. De oorzaken die genoemd worden zijn onder andere overbelasting, slechte aanleg van het collageen, leeftijd, erfelijke factoren en infecties.
Behandeling
De reguliere geneeskunde richt zich bij de behandeling van reuma met name op het remmen van de uitbreiding van de ziekte, onder meer door belasting van spieren, pezen en gewrichten te verminderen en deze zodoende te beschermen.
Vaak is er daarnaast nog pijnbestrijding nodig (met behulp van pijnstillers). In een enkel geval kan er een gewrichtsvervangende operatie worden uitgevoerd. Voor ontstekingen wordt in de meeste gevallen ook nog ontstekingsremmende medicatie voorgeschreven. Over het algemeen kan man stellen dat voornamelijk de symptomen van reuma worden behandeld.
Cellulaire geneeskunde
De cellulaire geneeskunde voert veel ziekten terug naar het celniveau. Essentiële voedingsstoffen als vitaminen, mineralen, aminozuren en spoorelementen ondersteunen tal van belangrijke biochemische reacties in elke lichaamscel. Een te gering aanbod van vitaminen en andere bio-energiefactoren kan leiden tot het minder goed functioneren van lichaamscellen. Hierdoor kan de afweer verminderd en de vatbaarheid voor ziekten groter worden. Bij reuma staan veel aandoeningen van het bewegingsapparaat centraal. Ons bewegingsapparaat bestaat vrijwel uitsluitend uit bindweefsel oftewel collageen. Het collageen vormt een biologisch net dat het lichaam sterkt en de cellen, het weefsel en het lichaam als geheel ondersteunt.
Door collageengebrek kan het lichaam niet goed functioneren en verzwakken onder meer spieren, pezen, gewrichten, botten, bloedvaten en huid.
Bij artrose is dit het geval met betrekking tot het bot-en kraakbeenweefsel. Bij wekedelen reuma betreft het de verzwakking van onder andere spieren, pezen en slijmbeurzen.
Naast collageengebrek kan er ook sprake zijn van chronische ontstekingen, zoals bij artritis. De ontstekingsprocessen kunnen zich dan verspreiden middels ongecontroleerde collageenvertering door collageenverterende enzymen (collagenasen). Deze enzymen verteren het bindweefsel waardoor ontstekingscellen zich kunnen verplaatsen door het lichaam. En op deze wijze blijft de ontsteking voortduren.
Bij de behandeling van reuma richt de cellulaire geneeskunde zich, door suppletie van hooggedoseerde voedingsstoffen, op:
-een optimale aanmaak van stevig en stabielweefsel, -Versterking van het afweersysteem, -remming van ontstekingsprocessen en -op een goede doorbloeding waardoor een optimale toevoer van deze vitale stoffen aan alle lichaamscellen kan plaatsvinden.
Welke bio-energiestoffen zijn onder andere belangrijk bij reuma?
Vitamine C, proline, lysine, chondroïtinesulfaat, N-acetylglucosamine, en koper zijn van essentieel belang bij de optimale aanmaak en vorming van bindweefsel (collageen) in ons lichaam.
Chondroitinesulfaat en N-acetylglucosamine vormen als het ware het cement tussen de collageenvezels waaruit het bindweefsel bestaat. Proline en lysine zijn de bouwstenen van de collageenvezels.
Door extra hoge doseringen proline, lysine en vitamine C wordt de aanmaak van bindweefsel bevorderd. Vitamine C stimuleert namelijk de aanmaak van bindweefsel en de aminozuren proline en lysine zijn in grote hoeveelheden nodig als bouwstenen voor de aanmaak van stevig bindweefsel.
Lysine is naast een bouwsteen van het bindweefsel ook werkzaam als enzymblokker. In hoge dosering kan lysine de vernietiging van bindweefsel (collageen) door enzymen tegengaan waardoor er geen ongecontroleerde afbraak van bindweefsel optreedt.
Dit is met name van belang bij het beteugelen van ontstekingen, aangezien ontstekingscellen zich kunnen verspreiden in het lichaam door middel van collageenverterende enzymen. Lysine werkt dus als een natuurlijke ontstekingsremmer. De combinatie lysine met vitamineC is extra affectief omdat vitamine C de opbouw van bindweefsel stimuleert en lysine de afbraak van bindweefsel verhindert.
Vitamine C is daarnaast in extra hoge doseringen, van essentieel belang bij de bescherming tegen celbeschadigingen door vrije radicalen en bij de versterking van het natuurlijke afweersysteem.
De stof epigallocatechinegallaat (EGCG) is hierbij een belangrijke aanvulling. Dit polyfenolbestanddeel van groene thee heeft namelijk belangrijke antiprolifererende eigenschappen. De belangrijkste werking is het remmen van collageenverterende enzymen, waardoor de woekering van een ontsteking beteugeld kan worden. Polyfenolen zijn bovendien krachtige antioxidanten die gevaarlijke vrije radicalen, die bij ontstekingen in overvloed worden gevormd, neutraliseren en daardoor celbeschadiging voorkomen.
Osteoporose, ook wel botontkalking genoemd, is een aandoening waarbij de botten zo verzwakt zijn dat ze gemakkelijk kunnen breken. Het komt zowel bij mannen als bij vrouwen voor, maar vooral oudere vrouwen krijgen er nogal eens mee te maken. Een op de drie vrouwen boven de 50 jaar breekt een pols, heup of wervel, of wordt kleiner en krommer door het inzakken van de rugwervels. Toch is osteoporose geen ouderdomskwaal waar jongeren geen aandacht aan hoeven te besteden. Juist voor osteoporose geldt dat je op jonge leeftijd veel kunt doen om ervoor te zorgen dat de botten gezond blijven, waardoor osteoporose kan worden voorkomen. We onderscheiden twee belangrijke vormen van osteoporose, namelijk postmennopauzale osteoporose en ouderdomsosteoporose.
Postmenopauzale osteoporose
Dit komt voornamelijk voor bij vrouwen na de menopauze, maar ook wel eens bij mannen. Het wordt veroorzaakt door een tekort aan oestrogeen, het voornaamste vrouwelijke hormoon, dat bijdraagt aan de regulering van de opname van calcium in het bot. Bij mannelijke osteoporosepatiënten is er soms een tekort aan testosteron, het mannelijk geslachtshormoon.
Ouderdomsosteoporose
Deze vorm van botontkalking komt zowel bij vrouwen als mannen voor en komt vaak pas na het 75 ste levensjaar tot uiting, meestal door een heupfractuur. Er vindt gedurende tientallen jaren een geleidelijke vermindering van botmassa plaats. Enerzijds ten gevolge van calciumgebrek en anderzijds doordat er meer bot wordt afgebroken dan er nieuw wordt aangemaakt.
Botopbouw
Bot is een levend weefsel dat voortdurend wordt opgebouwd en afgebroken. Bij een gezond persoon worden voortdurend microscopisch kleine deeltjes bot afgebroken, waarna weer nieuw bot wordt aangemaakt. Dit wordt ook wel de botombouwcyclus genoemd. Per jaar wordt meer dan 10 % van onze botten vernieuwd. Op plaatsen waar botafbrekende cellen, osteoclasten, een holte in het bot hebben gemaakt, komen vervolgens botvormende cellen, osteoblasten, om het gat op te vullen met nieuw botweefsel. Dat doen ze door lange eiwitketens te maken, die vooral uit collageen bestaan. Op deze eiwitketens worden dan calciumfosfaatkristallen afgezet, waardoor het bot zijn stevigheid krijgt. Factoren als leeftijd, vitaminen en mineralen en hormonen beïnvloeden deze cyclus van botopbouw en -afbraak.
Leeftijd
Bij jonge mensen, ongeveer tot 35 jaar, neemt de botmassa toe. Er wordt in deze periode meer bot aangemaakt dan afgebroken. De botten worden daadoor zwaarder en steviger. Na het 35 ste jaar blijft de hoeveelheid bot min of meer gelijk. Vanaf ongeveer het 50 ste jaar raakt het evenwicht tussen opbouw en afbraak echter verstoord, er wordt meer bot afgebroken dan er nieuw wordt aangemaakt. Bij vrouwen wordt dat proces nog eens versterkt door de overgang.
Vitaminen en mineralen
Ook van invloed op de botopbouw zijn bepaalde vitaminen en mineralen. Onze botten bevatten mineralen zoals calcium en fosfor waardoor ze hard en dicht worden. Om de botdichtheid te handhaven heeft het lichaam voldoende calcium en andere mineralen nodig. Vitamine D speelt daarnaast ook een belangrijke rol. Het is noodzakelijk dat het calcium uit de darmen wordt geabsorbeerd en in de beenderen wordt opgenomen.
Hormonen
Om de botdichtheid te handhaven is het eveneens noodzakelijk dat er een juiste hoeveelheid wordt aangemaakt, van de hormonen calcitonine, parathormoon, groeihormoon, oestrogeen bij vrouwen en testosteron bij mannen. Het groeihormoon zorgt bijvoorbeeld voor meer groei, waarbij veel calcium in het bot opgenomen wordt. Het is dus nodig voor de botopbouw. Oestrogeen en testosteron remmen juist de botafbraak. Een tekort aan deze hormonen leidt dan tot een verhoogde botafbraak. Een tekort aan deze hormonen leidt dan ook een verhoogde botafbraak. De hormonen calcitonine en het parathormoon spelen een belangrijke rol in de calciumbalans. De verzwakking van de botten is goed te zien aan de structuur van het bot. Een stevige en gezond bot heeft een compact beenweefsel. Het heeft een grote botdichtheid. Bij verzwakte botten is de structuur van het bot veel losmaziger.
Er bevindt zich meer ruimte tussen de botcellen, de botdichtheid is afgenomen. Omdat de botdichtheid langzaam afneemt, vooral bij patiënten met ouderdomsosteoporose, zijn er in het begin nog geen symptomen waarneembaar. Sommige mensen vertonen zelfs nooit symptomen. De eerste verschijnselen komen vaak tot uiting wanneer de botten reeds ernstig verzwakt zijn. Er kunnen dan botbreuken, botpijn en misvormingen ontstaan. De heupen en wervels worden hier vaak door getroffen.
Risicofactoren
Het is vaak moeilijk aan te geven wie wel osteoporose krijgt en wie niet. Toch zijn er bepaalde factoren aan te wijzen die een belangrijke rol kunnen spelen in de ontwikkeling van osteoporose. Deze risicofactoren zijn onder andere leeftijd, geslacht, ras, hormonale situatie, erfelijke aanleg, lichaamsbouw, lichamelijke activiteit, voeding, leefgewoonten zoals roken en alcoholgebruik en het langdurig gebruik van corticosteroïden.
Preventie
Preventie van osteoporose is succesvoller dan behandeling. Men moet hier al op jonge leeftijd mee beginnen. Uit onderzoek is gebleken dat osteoporose kan worden voorkomen. Het is daarbij belangrijk om voor het 30e jaar sterke botten op te bouwen. Daarna is het zaak de botten stevig te houden en het verlies tot een minimum te beperken. Wanneer er reeds sprake is van osteoporose kunnen preventieve maatregelen helpen de botten te beschermen tegen verdere verzwakking. De preventie bestaat uit het handhaven of vergroten van de botdichtheid door: inname van voldoende voedingsstoffen, lichaamsbeweging, soms door het gebruik van medicijnen.
Behandeling
Als osteoporose zich reeds heeft voorgedaan, zijn bepaalde leefregels , zoals het in acht nemen van voedingsadviezen en voldoende lichaamsbeweging, nog steeds van belang. Daarnaast richt de reguliere geneeskunde zich met een medicamenteuze behandeling op de pijnbestrijding, het tegengaan van verder botverlies en het voorkomen van botbreuken.
Cellulaire geneeskunde
Hormonale veranderingen tijdens de menopauze maar ook factoren als leeftijd en leefgewoonten (roken, alcohol en lichaamsbeweging) zijn van invloed op de behoefte van het lichaam met betrekking tot celfactoren. Een optimale toevoer van vitaminen, mineralen, spoorelementen en bepaalde aminozuren is hierbij van essentieel belang voor het optimaal functioneren van onze lichaamscellen.
De toevoer van calcium en magnesium is zeer belangrijk, evenals die van spoorelementen zoals borium. Is de toevoer via de voeding of via supplementen niet voldoende, dan zal het lichaam deze benodigde stoffen uit haar eigen opslagruimte, de botten, onttrekken. Deze celfactoren zijn dus bepalend voor het voorkomen van het verzwakken van de botten. De cellulaire geneeskunde richt zich bij osteoporose dan ook op het vergroten van de botdichtheid en de skeletstabiliteit door een optimale voorziening van botopbouwende celfactoren. Niet alleen calcium en vitamine D zijn hierbij van essentieel belang, maar ook borium en magnesium. Ook bepaalde aminozuren zijn van wezenlijk belang voor een stabiel skeletsysteem en het voorkomen van botontkalking, vooral aminozuren die betrokken zijn bij de aanmaak van collageen in ons lichaam.
Collageen vormt een biologisch net dat het lichaam sterkt en de cellen, het weefsel en het lichaam als geheel ondersteunt. Als het collageen in het lichaam niet optimaal geproduceerd en opgeslagen wordt, kunnen er gezondheidsproblemen ontstaan. Zo kan een gebrek aan collageen leiden tot problemen aan botten en gewrichten, zoals bijvoorbeeld osteoporose en reuma.
Welke bio-energiestoffen zijn belangrijk bij osteoporose?
Vitamine C is bepalend voor de produktie van collageen, de basisstructuur van botten. Het verbetert bovendien de opname door het lichaam van mineralen uit de voeding. Daarnaast is vitamine C als antioxidant van belang, om de botcellen en andere lichaamscellen te beschermen tegen schade door vrije radicalen.
Bèta-caroteen is , evenals andere carotenoïden, een belangrijke antioxidant die de cellen bescherming biedt tegen vrije radicalen.
Vitamine E bescherming als antioxidant de celmembranen tegen oxydatie.
Vitamine D bevordert de opname en verwerking van calcium en magnesium in de botten. De voornaamste vorm is cholecalciterol ofwel vitamine D3.
Calcium en magnesium zijn de belangrijkste mineralen die de botdichtheid en stabiliteit bepalen.
Mangaan is een spoorelement, dat een rol speelt bij de vorming van bot en kraakbeen. Bij patiënten met osteoporose worden vaak verlaagde waarden van mangaan aangetroffen.
Borium is als spoorelement bepalend voor de stabiliteit van de botten en draagt bij aan de preventie van osteoporose. Het verbetert bovendien de absorptie van calcium en magnesium in het lichaam en gaat verlies van deze mineralen via de urine tegen.
Voedingsstoffen die met name een rol spelen bij de aanmaak van collageen en andere stabiliteitsmoleculen zijn onder andere: vitamine C, proline en lysine.
Pilot-Artritis/Atrose
ARTRITIS/ARTROSE
Artritis en artrose zijn twee voorbeelden van veelvoorkomende botziekten. Bij artritis gaat het om een ontsteking van botten, gewrichten en ook zenuwen. Chronische artritis kan leiden tot atrose. Bij artrose wordt uiteindelijk het kraakbeen in de gewrichten afgebroken. Het kraakbeen verliest zijn elasticiteit, wordt ruw en slinkt. Dat kan uiteindelijk zelfs leiden tot vervorming. Zowel artritis als artrose gaat gepaard met pijn. Daarbij kunnen algemene ontstekingsindicatoren, zoals koorts, roodkleuring en zwellingen optreden. Ook kunnen gewrichten verstijven.
Cellulaire Geneeskunde bij artritis en artrose.
Cellulaire Geneeskunde biedt de mogelijkheid tot preventie en behandeling van artritis en artrose door een doelgerichte combinatie van microvoedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen, spoorelementen en aminozuren. Om de positieve werking van hoge doseringen vitaminen vast te leggen, voeren wij, in samenwerking met artsen en geneeskundigen, observatiestudies uit bij patiënten met artritis en artrose. Hieronder zijn de eerste resultaten van deze studies weergegeven.
Verloop van het onderzoek
Aan het onderzoek namen 10 patiënten met artritis en/of artrose deel, in de leeftijd van 45 tot 84 jaar, gedurende een periode van zes maanden.
De patiënten kregen dagelijks hooggedoseerde vitaminen en andere micronutriënten voorgeschreven. Er werden geen andere medicamenten gebruikt. Het onderzoek werd gecombineerd met fysiotherapeutische behandelingen. Als onderzoeksparameters werden elke 6 weken bloedmonsters onderzocht op aanwezigheid van ontstekingen.
Deze ontstekingswaarden werden gerelateerd aan bloedbezinkingssnelheid (BSE), de hoeveelheid C-reactieve proteïne (CRP) en het aantal leukocyten. Aan het begin en het einde van het onderzoek werden röntgenfoto's gemaakt van de aangetaste gebieden.
Onderzoeksresultaat
Na beëindiging van het onderzoek ontstond, met betrekking tot de meetbare ontstekingsindicatoren in het bloed, het volgende beeld:
De bezinkingssnelheid van de bloedlichaampjes daalde, in vergelijking met de beginwaarde, met 35% bij vrouwen, en met 27% bij mannen. De leukocyten hadden bij alle deelnemers aan het begin en aan het einde van het onderzoek een normale waarde.
Bij 6 van de 10 proefpersonen lag de CRP aan het begin van het onderzoek twee tot vier maal boven de normale waarde. Aan het einde van het onderzoek was deze waarde gemiddeld met 30% gedaald. Zowel de verlaging van de bloedbezinkingssnelheid als de bloedbezinkingssnelheid als de verlaging van de CRP geven een verbetering aan van het ontstekingsniveau van de aan artritis en artrose lijdende deelnemers.
Ook op de röntgenfoto's kon bij 5 van de 10 deelnemers een positief resultaat worden aangetoond.
*******************************************************************************
Info Osteoporose en pilot-onderzoek Atritis/Atrose