Informatie van artsen en specialisten
E-mail adres: info@franshoek.info
Vitamine C onder de microscoop

Terug naar home pagina


Cellulaire geneeskunde



Waarom vitamines, mineralen, voedingsvezels, aminozuren belangrijk zijn voor ons lichaam zie je ook in de onderzoeken hiernaast.
Vitamine E onder de microscoop
Diverse leervideo's met informatie en lezingen Cellulaire Gezondheid
Overzicht functies mico-voedingsstoffen of ook celvitaalstoffen genoemd
Nieuwste pogingen om vitamine in diskrediet te brengen: is dat niet misdadig!

http://www4nl.dr-rath-foundation.org/nieuws/2008_05_may_14_cochrane.html
Hier staan veel wetenschappelijke studie's van dr. Rath met cel-vitaalstoffen in het Duits.
http://www4ger.dr-rath-foundation.org/NATUERLICHE_GESUNDHEIT/studien/studienarchiv.html
Vitamine C en de bloedvaten: Eén van de eerste verschijnselen van atherosclerose (aderverkalking) is een verstoring van de vaatverwijding die dient op te treden bij grotere bloedtoevoer. Dit gaat gepaard met kleine ontstekingsreacties. Dit wordt endotheeldysfunctie (gestoorde vaatcelafhankelijke vaatverwijding) genoemd. Een tijdelijke endotheeldysfunctie wordt ook bij gezonde, jonge mensen gemeten enkele uren na het nuttigen van een vetrijke maaltijd en verergert bij mensen met hart- en vaatziektes na een dergelijke maaltijd. In diverse onderzoeken is aangetoond dat als voor zo’n maaltijd extra vitamine C wordt ingenomen deze tijdelijke verslechtering, die schade kan toebrengen aan de bloedvaten, niet of in veel mindere mate optreedt.
In één van deze onderzoeken werden 124 mensen met coronaire hartziekten of met een verhoogd risico hierop, in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg na een 800kcal maaltijd dat 50gram vet bevatte 2 gram vitamine C. De andere groep nuttigde alleen de maaltijd. Voor de maaltijd en na 4 uur werd de doorbloeding gemeten d.m.v. ultrasound. Deze was vooraf minder goed bij de mensen met hart- en vaatziektes dan bij degenen met alleen een verhoogd risico. Bij de tweede meting was de vaatwerking verslechterd bij alle proefpersonen die geen vitamine C hadden gekregen en ongewijzigd in de vitamine C groep.
(
Clin Cardiol, 2002) <http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?itool=abstractplus&db=pubmed&cmd=Retrieve&dopt=abstractplus&list_uids=12018880>
In een ander, dubbelblind, onderzoek bleek dat 2 gram vitamine C ook bij gezonde volwassenen de stijfheid van de bloedvaten vermindert (hier met gemiddeld 9,7%). In dit onderzoek mat men ook een vermindering van de samenklontering van bloedplaatjes. De onderzoekers menen dat dit positieve effect optreedt doordat de antioxidant vitamine C de beschikbaarheid van NO (stikstofoxide) vergroot.(J. Cardiovasc Pharmacol <http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=pubmed&cmd=Retrieve&dopt=AbstractPlus&list_uids=10547085&query_hl=8&itool=pubmed_docsum>)
Het tijdstip van inname is van belang.Twaalf uur na inname werd in een ander onderzoek geen effect meer gezien. Extra hoge vitamine C gehaltes blijven namelijk maar kort in het bloed. (
Heart Bmjj Journals <http://heart.bmjjournals.com/cgi/eletters/hrt.2006.093112v1>, 2006 <http://heart.bmjjournals.com/cgi/eletters/hrt.2006.093112v1>)
In twee vier weken durende onderzoeken met 2 gram vitamine C per dag onder mensen met diabetes bleek dat bij diabetici die leden aan coronaire hartziekten er een aanzienlijk gunstig effect op de endotheelfunctie en op ontstekingsfactoren optrad. Men mat geen groot effect bij diabetici zonder hart- en vaatziektes. De metingen vonden overigens nuchter plaats waardoor het tegengaan van tijdelijke verslechteringen na de maaltijd, zoals in de eerste twee onderzoeken, niet gemeten konden worden.(Diabetes Care, 2003 <http://care.diabetesjournals.org/cgi/content/full/26/10/2749>)
Magnesium, liponzuur en lichaamsbeweging (enkele uren na de maaltijd) kunnen ook een positieve invloed hebben op endotheeldysfunctie.

Vitamine C na een hartinfarct: Ook op andere wijze kan vitamine C gunstig zijn voor hartpatiënten zo blijkt uit het volgende onderzoek. 21 mensen die pas een hartinfarct hadden gehad moesten twee maal inspanningsoefeningen doen tot er klachten optraden. Eén maal met en één maal zonder twee uur van te voren 2 gram vitamine C in te hebben genomen. Na de vitamine C inname was de hartritmerespons aanmerkelijk beter dan zonder vitamine C. Dit wijst op een betere werking van het hart. Ook verbeterde de vitamine C het maximale hartritme en de maximale zuurstofopname. Deze verbeteringen schreven de onderzoekers gedeeltelijk toe aan een verbetering van het sympathisch zenuwstelsel. Het bovengenoemde effect op de bloedvaten kan hier ook aan hebben bijgedragen. (Int J Cardiol 2006)

Vorming van kankerverwekkende stoffen in de maag: Nitrieten zijn aanwezig in speeksel en in de voeding. Ze worden ook vaak aan voedingsmiddelen zoals vleeswaren toegevoegd als conserveringsmiddel. In de maag kunnen nitrieten door een chemische reactie omgezet worden in de kankerverwekkende nitrosamines. Bekend is dat vitamine C dit verhindert en de nitrieten omzet in onschadelijke verbindingen. Het maagslijmvlies scheidt hiervoor ook vitamine C af.
(
bron <http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=11916186&ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVAbstractPlus>).
Dit wordt gedeeltelijk bevestigd door recent laboratoriumonderzoek. De vorming van drie kankerverwekkende nitrosamines werd grotendeels of helemaal verhinderd door toegevoegde vitamine C. Echter als het maagsap voor 10% bestond uit vetzuren bleek toegevoegde vitamine C de vorming van nitrosamines juist te verveelvoudigen. Volgens de onderzoekers verklaart dit mogelijk het in de praktijk tegenvallende kankerremmende effect van vitamine C.
(
Gut, 2007 <http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=17785370&ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum>)
Vet blijft relatief lang in de maag. Extra vitamine C veel korter. Om oa maagkanker te voorkomen lijkt het daarom verstandig om vitamine C voor en niet na de maaltijd in te nemen. Al kan uit dit onderzoek niet worden opgemaakt bij welk vetpercentage van de voeding de genoemde reacties optreden en of deze nitrosamines niet snel als gas het lichaam verlaten.
Vitamine C intraveneus bij kanker: In de jaren 70 en 80 was er een felle discussie in de medische wetenschap of hoge doses vitamine C een goede therapie was bij kanker. De best uitgevoerde onderzoeken onder terminale kankerpatiënten toonden weinig of geen effect en de therapie was daarmee afgedaan. Na onlangs onderzoek in opdracht van de Amerikaanse overheid te hebben uitgevoerd naar vitamine C bekeek een team gerespecteerde wetenschappers deze kwestie opnieuw. Het was hen opgevallen dat de onderzoeken met positieve resultaten (die van Linus Pauling en Cameron) destijds zowel orale als intraveneuze toediening van vitamine C gebruikten terwijl in de onderzoeken die geen verbeteringen te zien gaven de patiënten alleen oraal (door de mond) hoge doses vitamine C gekregen hadden. De onlangs uitgevoerde experimenten toonden aan dat bij 10 gram vitamine C intraveneus het gehalte in het bloed tijdelijk meer dan 25 keer hoger is dan na orale inname van 10 gram vitamine C. Hierna voerde men laboratoriumtests uit op kankercellijnen en op gezonde cellen. Het bleek dat bij concentraties die in het lichaam alleen te bereiken zijn d.m.v. intraveneuze toediening vitamine C kankercellen doodt in vijf van de negen kankercellijnen (d.m.v. de aanmaak van waterstofperoxide) terwijl bij geen enkele concentratie gezonde cellen werden aangetast. (PNAS, 2005; Medline Plus, 2005) Dergelijk laboratoriumonderzoek wil nog lang niet zeggen dat i.v. vitamine C bij kanker helpt. Echter, verschillende artsen hebben kankerpatiënten de afgelopen 20 jaar behandeld met deze therapie. Zie o.a.<http://www.doctoryourself.com/riordan1.html>. Hopelijk zal de gevestigde wetenschap de geclaimde gunstige resultaten kunnen bevestigen. Bovenstaande zegt overigens niets over vitamine C uit voeding of supplementen
Kort wetenschappelijk artikel over vitamine C doseringen in het algemeen:
<http://medicine.plosjournals.org/perlserv/?request=get-document&doi=10.1371/journal.pmed.0020307>

Vitamine C helpt hartritmestoornis: Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis. Een vaak toegepaste therapie is elektrische cardioversie, een stroomstoot aan het hart om het normale ritme te herstellen. Na zo'n cardioversie komt de hartritmestoornis vaak weer snel terug. Omdat ontstekingsprocessen en oxidatieve stress in verband zijn gebracht met boezemfibrilleren onderzochten wetenschappers het effect van vitamine C bij 44 patiënten die cardioversie ondergingen. De helft van de onderzoeksgroep kreeg naast de gebruikelijke medicatie 2 gram vitamine C, 12 uur voor de stroomstoot, gevolgd door 2 x daags 500mg vitamine C gedurende de volgende 7 dagen. De andere patiënten kregen alleen de gebruikelijke therapie. Bij één (4,5%) van de patiënten die de vitamine C hadden gekregen kwam de boezemfibrillatie weer terug tijdens deze week. Dit was bij acht (36,4%) van de andere 22 patiënten het geval. Het gehalte witte bloedlichaampjes, fibrinogeen en C-reactieve proteïne was aanzienlijk lager in de vitamine C groep dan in de andere groep. Deze stoffen die verhoogd zijn bij ontstekingsreacties waren ook hoger bij degenen bij wie de hartritmestoornis terugkwam dan bij degenen bij wie dit niet het geval was. (International Journal of Cardiology, 10 juli 2005)

Vitamine C en hart- en vaatziektes: Van 9 bestaande studies over de relatie tussen de inname van bepaalde vitamines en het later optreden van coronaire hartziekte werden de gegevens bestudeerd. Van de in totaal 293000 mensen die aan het begin van de verschillende onderzoeken nog niet aan coronaire hartziekte leden kregen in de loop van 10 jaar 4647 personen een hartaanval of beroerte. Voor wat betreft vitamine C vond men, gecorrigeerd voor een groot aantal factoren, het volgende. Er werd geen verband gevonden tussen de vitamine C inname uit de voeding en de kans op coronaire hartziekte. Echter, degenen die meer dan 700mg vitamine C per dag met supplementen hadden ingenomen hadden 25% minder risico gelopen op een hartaanval of beroerte dan degenen die geen vitamine C tabletten hadden geslikt. Bij vitamine E en caroteen was er geen verband. (Am J Clinical Nutrition, 2004)

Vitamine E en C en de ziekte van Alzheimer: In een Amerikaans onderzoek werd onderzocht of het gebruik van hoog gedoseerde vitaminepreparaten de kans op het krijgen van de ziekte van Alzheimer vermindert. Tussen 1995 en 1997 werd bij circa 5000 personen van 65 jaar en ouder onderzocht of ze de ziekte van Alzheimer hadden . Dit bleek bij 200 personen uit de testgroep het geval te zijn. Ook werd gekeken welke proefpersonen vitamine C, vitamine E, vitamine B complex of multivitaminetabletten gebruikten. Drie jaar later werden deze mensen nogmaals benaderd. Hierbij werden 104 nieuwe gevallen van Alzheimer vastgesteld. Gecorrigeerd voor leeftijd, sekse, lichamelijke gezondheid en genoten onderwijsniveau werd geen bewijs gevonden voor een beschermend effect van uitsluitend en alleen gebruik van vitamine C , vitamine E ,een multivitaminepreparaat of vitamine B-complex . Onder degenen echter die zowel vitamine C (tenminste 500mg per dag) als vitamine E (tenminste 400ie per dag) supplementen gebruikten - 17% van de mensen - kwam aanzienlijk minder Alzheimer voor: 78% minder bij het eerste onderzoek en 64% minder bij het tweede onderzoek. Onder degenen die zowel vitamine E als een multipreparaat gebruikten ( dat ook vitamine C bevat ) kwam ook minder Alzheimer voor, zij het vaker dan onder de vitamine E+ vitamine C slikkers. Door anderssoortig, dubbelblind, onderzoek zou pas afdoende bewezen kunnen worden dat hoge doses vitamine E + vitamine C bescherming bieden tegen de ziekte van Alzheimer. (Archives of Neurology, 2004)

Vitamine C vermindert kans op galstenen bij vrouwen:
vitamine C speelt een rol in de omzetting van cholesterol in gal. Daarom werd onderzocht of er een verband bestaat tussen vitamine C en het voorkomen van galstenen. De medische gegevens van meer dan 13000 Amerikanen die deel hadden genomen aan een nationaal bevolkingsonderzoek (NHANES III) werden geanalyseerd. Bij vrouwen bleek dat bij een hoger vitamine C gehalte in het bloed er aanmerkelijk minder galstenen voorkwamen. Zowel die welke met pijn en andere symptomen gepaard gaan als die gevallen waarbij geen klachten voorkwamen.Vitamine C tabletten boden met name bescherming tegen galstenen die met pijn gepaard gaan. In totaal kwam bij 19% van de vrouwen galstenen voor en bij 10% van de mannen. Bij mannen bleek vitamine C geen grote rol te spelen.Enkele cijfers: vrouwen met een hoog vitamine C gehalte hadden 39% minder risico op galstenen die met klachten gepaard gaan dan vrouwen met een laag vitamine C gehalte. Bij mannen was dit percentage 15% maar dit kon aan toeval te wijten zijn. (
Archives of Internal Medicin, 2000 <http://archinte.ama.assn.org/issues/v160n7/full/ioi90110.html>).

Vitamine C en verkoudheid
:Het stond al vast dat extra vitamine C de ernst en de duur van een verkoudheid kan verminderen. Nu staat ook vast dat deze vitamine de kans op het krijgen van een verkoudheid verkleint. In een placebogecontroleerd onderzoek onder 3 groepen mensen die een verhoogde kans liepen kou te vatten (schoolkinderen op skikamp, trainende militairen en lange afstandslopers) kreeg de helft 600mg-1000mg vitamine C per dag en de andere helft een placebo. Bij de vitamine C slikkers kwamen maar half zoveel verkoudheden voor als bij degenen die een neppil hadden geslikt. Gezien het grote aantal deelnemers en het grote verschil in het aantal verkoudheden is er geen twijfel meer mogelijk over de effectiviteit van vitamine C. (Haagsche Courant, 1996)

Vitamine C en sport:
We hebben al eerder melding gemaakt van onderzoeken die aantonen dat extra vitamine C en E gunstig is voor de gezondheid van sporters. Het vrije radicalengehalte dat stijgt door veel te sporten wordt erdoor verlaagd en de spierschade verminderd. Uit een nieuwe studie blijkt weer dat sporters veel meer vitamine C nodig hebben. Als schaatsers op trainingskamp zijn daalt hun vitamine C gehalte. Zelfs met 450mg vitamine C extra kon bij 20 topschaatsers het vitamine C niveau niet helemaal op hetzelfde peil gebracht worden als van voor het trainingskamp. (de Orthomoleculaire koerier, 1997)

Vitamine C en cholesterol:
10 vrouwen kregen gedurende 4 weken 1 gram vitamine C per dag of een placebo te slikken en hierna 4 weken de andere tablet. Tevoren en na iedere 4 weken werden de verschillende cholesterolgehaltes gemeten. Het ldl-cholesterol was gemiddeld 16% lager na de vitamine C inname. Ook de hdl/ldl ratio was aanmerkelijk gunstiger bij gebruik van vitamine C (d.w.z beide metingen verschilden 'statistisch significant' hetgeen bij zo'n kleine groep op een grote verbetering wijst omdat het niet aan toeval te wijten kan zijn). (Nutrition Bites, 1997)

Vitamine C en hersenbeschadiging na een beroerte:
Uit een vergelijkend bloedonderzoek blijkt dat binnen 48 uur na een beroerte het vitamine C gehalte drastisch daalt terwijl het aantal vrije radicalen (gemeten werd het malondialdehydegehalte) stijgt. Dit wijst erop dat vitamine C door het lichaam ingezet wordt om een deel van de schade die door een beroerte wordt veroorzaakt de bestrijden. (Ortho abstracts, 1996)

Vitamine C en de longen:
Uit een Chinees onderzoek onder 3000 plattelandsbewoners blijkt dat vitamine C beschermt tegen longaandoeningen zoals emfyseem en bronchitis. Dit bleek uit bloedonderzoek en uit analyse van de voeding. Van vitamine A, E en bèta caroteen kon dit verband niet worden aangetoond. (Fit met Voeding, 1998) Van het gunstige effect van vitamine C alsmede een beschermende werking van visolie op deze longaandoeningen hebben we al eerder gewag gemaakt. Ook dat b -caroteen uit supplementen mogelijk een averechts effect op de longen kan hebben.

Suikerziekte, vitamine C en magnesium:
56 suikerpatiënten kregen na een standaardbehandeling van drie maanden afwisselend gedurende drie maanden 2 gram vitamine C te slikken en 600mg magnesium (dubbelblind, cross-over). Bij de diabetici type I (insuline spuiten) had de magnesium een verlaging van de bloeddruk tot gevolg. Bij de diabetes type II patiënten had juist de vitamine C een gunstig effect. Gemiddeld daalde bij hen de nuchtere bloedsuikerwaarde van 10,1 naar 9,1. Ook daalden bij hen het cholesterol- en vetzuurgehalte. Andere onderzoeken onderschrijven het belang van deze twee supplementen voor deze mensen. Een magnesiumtekort lijkt een rol te spelen bij het ontstaan van nefropathie en volgens een ander onderzoek kan 2 x 500mg vitamine C per dag al grotendeels dezelfde resultaten opleveren als bij bovenstaande onderzoek met 2 x 1000mg. (diversen)

Vitamine C en maagkanker:
Diverse studies wijzen op een bescherming van vitamine C tegen maagkanker. In de zeven landen studie, waarbij van 12000 personen uit zeven landen de voedingsgewoonten werden geanalyseerd, vond men een verband tussen een lage vitamine C inname en een grotere kans op het krijgen van deze ziekte.
Uit eerder onderzoek was al bekend dat extra vitamine C schade aan het DNA kan verminderen bij mensen met gastritis en dat mensen geïnfecteerd met de bacterie Helicobacter Pylori (veroorzaakt maagzweer) zeer lage gehaltes van deze vitamine in de maag hebben. Dit is ook het geval bij andere maagaandoeningen. Mensen die lijden aan deze kwalen hebben een grotere kans op het krijgen van maagkanker. (Orthomoleculair Jaarboek, 1996 en 1997; Nieuwsoverzicht 3)

Vitamine C en artrose:
Door studie van de universiteiten van Boston is veel bekend van de gezondheid en voedingsgewoontes, inclusief supplementen, van de inwoners van de stad Framingham. Geregeld worden bepaalde aspecten hiervan geanalyseerd. (zie ook nieuwsbrief van januari) Nu werd gekeken in hoeverre de inname van vitamine C, E, bèta caroteen, foliumzuur en vitamine B1 van invloed zijn op het verloop van osteoartritis van het kniegewricht. Vitamine C had het sterkst meetbare beschermend effekt. Personen uit de laagste vitamine C groep, gemiddeld 81mg per dag, hadden een drie maal groter risico op verergering van de aandoening dan uit de hoge vitamine C groep (gemiddeld 430mg vit.C per dag). Personen uit de hoge vitamine C groep hadden ook minder kans op pijn in de knie. Een verklaring hiervoor is dat vitamine C een rol speelt bij de synthese van kraakbeencollageen en een belangrijke antioxidant is. Voor vitamine E en bèta caroteen vond men in mindere mate ook een beschermend effect maar niet voor de andere twee vitaminen.

Vitamine C en hoge bloeddruk:
Onlangs werd een nieuw onderzoek gepubliceerd dat weer de bloeddrukverlagende werking van vitamine C aantoonde. 39 mensen met een diastolische bloeddruk tussen 90 en 110 mm kwikdruk werden in een vitamine C en een placebogroep verdeeld. De vitamine C groep kreeg gedurende 30 dagen 500mg vitamine C per dag te slikken. De bloeddruk daalde door de vitamine C met circa 10%. Dit was het duidelijkst het geval bij de systolische (boven) druk. (http://
www.thelancet.com/newlancet/sub/issues/vol354no9195/body.research_2048.html <http://www.thelancet.com/newlancet/sub/issues/vol354no9195/body.research_2048.html>)

Vitamine C vermindert kans op chronische klachten na frakturen:
Na de heling van een polsbreuk komen nogal eens chronische klachten voor die 'reflex sympathetic dystrophy' of RSD worden genoemd. Om te kijken of extra vitamine C hier bescherming tegen biedt door de genezing van de polsbreuk te verbeteren kregen 123 mensen met een polsbreuk 500mg vitamine C of een placebo per dag. RSD trad op bij 7% van de mensen die vitamine C hadden gekregen en bij 22% van de anderen. De onderzoekers achten het mogelijk dat vitamine C niet alleen chronische klachten na een polsbreuk kan helpen voorkomen maar ook chronische klachten na andere frakturen en trauma's.
(
The Lancet, 1999 <http://www.thelancet.com/newlancet/sub/issues/vol354no9195/body.article2025.html>)

Vitamine C vermindert kans op loodvergiftiging:
Uit analyses van een grootschalig Amerikaans onderzoek onder 20000 mensen bleek dat een te hoog loodgehalte bij circa 1 op de 200 mensen voorkwam. Naar gelang de hoogte van het vitamine C gehalte in het serum werden drie groepen ingedeeld. Het bleek dat de kinderen in de hoogste vitamine C groep 89% minder risico hadden gelopen op een te hoog loodgehalte t.o.v. de laagste vitamine C groep. Bij de volwassenen was dit percentage 68%. Het loodgehalte in het algemeen bleek bij de volwassenen sterk negatief gecorreleerd met het vitamine C gehalte (d.w.z. hoe hoger de vitamine C, hoe lager het lood). Dit was niet het geval bij de kinderen. (JAMA, 1999)
Vitamine E bij borstkanker: Tussen 1986 en 1988 deden 385 vrouwen, die na de menopauze borstkanker hadden opgelopen, mee aan een onderzoek over voedingssupplementen en kanker. Tijdens het onderzoek, dat ongeveer 14 jaar duurde, werd d.m.v. vragenlijsten het gebruik van voedingssupplementen vastgesteld. Terugkeer van borstkanker en sterfte door borstkanker kwam 46% minder voor onder gebruikers van vitamines in hogere doseringen. Vooral het gebruik van extra vitamine E gedurende ten minste 3 jaar bleek gunstig: 67% minder sterfte door borstkanker en terugkeer van de ziekte. Minder betrouwbare antwoorden door nabestaanden van overledenen sluiten niet uit dat deze cijfers geflatteerd zijn. (Nutr Cancer, 2003)

Coënzyme Q10 en diabetes: Men wilde het effect op de bloeddruk en het bloedsuikergehalte meten van coënzyme Q10 en van het cholesterolverlagende medicijn fenofibrate bij diabetes type 2. In een goed gecontroleerd dubbelblind onderzoek werden 74 mensen die leden aan deze ziekte en last hadden van verhoogde cholesterolgehaltes en verhoogde bloeddruk in 4 groepen verdeeld. De eerste groep kreeg 200mg coënzyme Q10, de tweede 100mg fenofibrate per dag. De derde groep beiden en de vierde groep alleen placebotabletten. Na 12 weken bleek dat de fenofibrate geen invloed had op de bloeddruk en het bloedsuikergehalte. Coënzyme Q10 wel. De bovendruk was met gemiddeld 6,1 mm kwikdruk gedaald en de onderdruk met 2,9mm. Het geglyceerd hemoglobinegehalte (HbA1c) was met gemiddeld 0,37 gedaald hetgeen wijst op een lichte verbetering. Het coënzyme Q10 gehalte in het lichaam was door de 200mg per dag verdrievoudigd. (Eur J Clin Nutr. 2002)

B-vitamines en het geheugen: 211 gezonde vrouwen kregen per dag 750mcg foliumzuur, 15 mcg vitamine B12 en 75mg vitamine B6 per dag of een placebo gedurende 35 dagen. Voor en na inname moesten de proefpersonen allerlei onderzoeken ondergaan die het geheugen, andere mentale vaardigheden en de stemming testten. De onderzoekers maten een positief effect van de vitamines op de snelheid van gegevensverwerking, het geheugen en de spreekvaardigheid. De vitamines hadden geen meetbare invloed op het humeur.(J. Nutrition, 2002) Eerder onderzoek liet tevens een positief effect zien van vitamine B3 op het geheugen.

Vitamines na dotteren goed voor het hart?: De helft van 550 personen die vanwege vernauwing van een kransslagader het jaar daarvoor tenminste één keer gedotterd waren, kregen gedurende een half jaar per dag 1mg foliumzuur, 400mcg vitamine B12 en 10mg vitamine B6 per dag. De andere helft kreeg een placebo. Na een jaar bleek dat 9,9% van degenen die de vitamines gekregen hadden weer een dotteroperatie (percutane coronaire angioplastiek) hadden moeten ondergaan. Dit was bij 16% van degenen die placebo's hadden gekregen het geval. De sterfte was 1,5% in de vitaminegroep en 2,8% in de placebogroep en het aantal niet fatale hartinfarcten was 2,6% respectievelijk 4,3%. Alles bij elkaar genomen hadden degenen die de vitamines hadden gekregen 32% minder risico gelopen op deze drie nadelige gebeurtenissen. De onderzoekers achten een verlaging van het homocysteïnegehalte verantwoordelijk voor het gunstige effect van deze vitamines. Homocysteïne wordt geacht schade toe te brengen aan de bloedvaten waardoor deze dichtslippen. (JAMA, 2002)
Aanvulling sept. 2005: Een recent 3 jaar durend onderzoek onder 3749 mensen die een hartaanval hadden gehad komt echter met geheel andere resultaten. Eén groep kreeg 800mcg foliumzuur + 400mcg vitamine B12 per dag. Een tweede groep kreeg 40mg vitamine B6 per dag, een derde groep alle drie de vitamines en de vierde groep kreeg placebos. Tussen groep één, groep twee en de placebogroep was er geen opmerkelijk verschil in het aantal hartaanvallen en beroertes. In de groep die alle drie de vitamines gekregen had bleek na drie jaar 20% meer hartaanvallen en beroertes de zijn voorgekomen. Het hoger aantal hartaanvallen en beroertes kwam met name voor onder degenen met hoge homocysteïnegehaltes, mensen met een verminderde nierfunctie en degenen die op eigen gelegenheid B-vitamines bevattende supplementen gebruikten. De onderzoekers concluderen dat een hoog homocysteïnegehalte, in tegenstelling tot wat werd gedacht, geen risicofactor is voor hart- en vaatziektes en dat hoge doses van deze B-vitamines voor sommigen schadelijk kan zijn. Vanwege de uitzonderlijke opneembaarheid van foliumzuur uit supplementen achten we het niet uitgesloten dat aanvullingen boven 500mcg per dag, op lange termijn, ongewenste effecten kunnen hebben.

Vitamine E en prostaatkanker:
Vitamine E, waarvoor bewijzen bestaan dat het bescherming biedt tegen prostaatkanker, verhindert de werking van twee proteïnen die een rol spelen in de ontwikkeling van de ziekte. Onderzoekers toonden aan dat als prostaatkankerweefsel blootgesteld werd aan vitamine E het prostaat specifieke antigen (PSA) gehalte met 80 à 90% kan dalen. Dit is een teken van verminderde kankergroei. Men kwam er ook achter dat vitamine E het gehalte van de proteïne androgeenreceptor doet dalen. Deze proteïne speelt een belangrijke rol in de groei van prostaatcellen en prostaatkankercellen. Ook daalde het aantal kankercellen met 25% à 50% en, in combinatie met het op zichzelf weinig effectieve anti-androgeen medicijn hydroxyflutamide, doodde de vitamine 90% van de kankercellen. De soort vitamine E die gebruikt werd, alfa toc. succinaat, heeft volgens de onderzoekers een betere anti-kankerwerking dan andere soorten vitamine E. Ook toonde men aan dat het mineraal selenium (als selenomethionine) een kankerremmende werking heeft doch op geheel andere wijze dan vitamine E (Proc Nat Acad Science, 2002; Unisci.com, 2002) zie ook voor prostaatlanker l
Lycopeen  <http://www.vita-send.nl/lycop.htm>en voeding en kanker <http://www.vita-send.nl/kank.htm>

Atkins dieet getest: Het koolhydraatarme maar vet- en proteïnerijke dieet dat Dr. Atkins al tientallen jaren aanbeveelt voor gewichtsverlies en de bestrijding van aderverkalking is onlangs door wetenschappers onderzocht. Door officiële instanties die zich bezig houden met ziekte en gezondheid worden dergelijke diëten altijd verguisd. Zo ook door de American Heart Association. Op het jaarlijkse wetenschappelijke congres van deze vereniging werden onlangs de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar de effecten van het Atkins dieet. 120 mensen met overgewicht werden in twee groepen verdeeld. De ene groep volgde gedurende 6 maanden een dieet volgens de richtlijnen van Atkins d.w.z. men mocht slechts 20 gram koolhydraten per dag eten. 60% van de calorieën was uit vet afkomstig. De andere groep volgde een vetarm dieet zoals aanbevolen door de American Heart Association. Na zes maanden bleken de mensen op het Atkins dieet 14 kg te zijn afgevallen en mensen op het andere dieet 9kg. Het totale cholesterol was in beiden groepen iets gedaald maar het goede hdl-cholesterol was in de Atkins groep met 11% gestegen terwijl dit in de vetarme groep ongewijzigd was gebleven. Het triglyceridegehalte (vetzuurgehalte, een risicofactor voor hart- en vaatziekten) was in de Atkins dieetgroep met 49% gedaald en in de vetarme dieetgroep met 22% gedaald. Als de resultaten van een grootschaliger en langduriger onderzoek, dat momenteel gaande is, bekend zijn zal de American Heart Association haar mening over het koolhydraatarme dieet opnieuw beoordelen, zo vertelde de voorzitter van deze vereniging.
De Heart Association verklaarde op deze vergadering dat ze mensen met hart- en vaatziekten aanbeveelt dagelijks vette vis zoals makreel, zalm en haring, te eten. (Associated Press, 2002) Meer info over het Atkins dieet:
link <http://www.angelfire.com/empire/atkinsdieet/informatie.html>

Carnitine bij ADHD
: Jongens met 'attention-deficit hyperactivity disorder' (ADHD) oftewel hyperactieve kinderen kregen extra
l-carnitine <http://www.vita-send.nl/carnitine.htm> in een dubbelblind, placebogecontroleerd crossover onderzoek d.w.z. men kreeg eerst de placebo en daarna de carnitine of andersom. Voor en na de test moesten ouders en onderwijzers een vragenlijst over het gedrag van de jongens invullen. Uit de antwoorden bleek dat het gedrag van deze jongens aanmerkelijk verschilde van Nederlandse jongens die geen ADHD hadden. Na de behandeling was dit bij 11 van de 24 kinderen ook nog het geval. Bij de andere 13 jongens waren na de l-carnitinebehandeling de concentratieproblemen en het agressieve gedrag verminderd. Op de verschillende vragen scoorden deze 13 jongens nu 20% tot 65% beter dan voor de behandeling. (Prostaglandins Leukot Essent, 2002) De gegeven dosering is ons nog niet bekend. 500mg tot 1000mg l-carnitine per dag (afhankelijk van de leeftijd) lijken geschikte doses van deze bijzonder veilige voedingsstof.

Multivitamines en zwangerschapscomplicaties:
2100 vrouwen werden binnen enkele maanden nadat ze een gezond kind ter wereld hadden gebracht ondervraagd. Een groot aantal had multivitaminetabletten geslikt tijdens de zwangerschap. Eén op de tien had te maken gehad met hoge bloeddruk, hetgeen kan leiden tot ernstige complicaties en een grotere kans op hart- en vaatziekten op latere leeftijd. Gecorrigeerd voor risicofactoren zoals diabetes, overgewicht en roken hadden degenen die multivitamines hadden geslikt 45% minder risico gelopen op hoge bloeddruk. De onderzoekers denken dat met name de vitamine foliumzuur de kans op hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap verkleint. (Am. J. Epidemiol, 2002) Eerder gemeld onderzoek wees op een bescherming van calcium, magnesium, vitamine C en E tegen pre-eclampsie (hoge bloeddruk vanaf de 20ste zwangerschapsweek is een belangrijk symptoom van pre-eclampsie)

Vis, vlees en de kans op dementie:
Het eten van vis of het gebruik van visoliecapsules lijkt bescherming te bieden tegen dementie, waaronder de ziekte van Alzheimer. Uit het eerder gemelde Rotterdamse ERGO onderzoek bleek al een mogelijke aanzienlijke bescherming tegen dementie (met name Alzheimer) door het geregeld eten van vis. Tot deze conclusie komen nu ook Franse onderzoekers, die de eetgewoonten van 1674 68-plussers uit Zuid-Frankrijk hadden bestudeerd. Na zeven jaar bleek dat de mensen die minstens 1 maal per week vis aten 34% minder risico hadden gelopen dement te worden dan zij die slechts af en toe vis aten. De omega-3 vetzuren die overvloedig in vis voorkomen worden hiervoor verantwoordelijk geacht.
Men onderzocht ook een mogelijk verband tussen het eten van vlees en dementie. Men kon hier echter geen duidelijke lijn in ontdekken. De opvallendste bevinding was dat van degenen die nooit vlees aten binnen zeven jaar de helft dement was geworden. De groep was echter te klein om er conclusies aan te verbinden. (British Medical Journal, 2002) 1674 personen voor een dergelijk onderzoek is eigenlijk te klein. Het Rotterdamse onderzoek dat tot soortgelijke conclusies kwam had echter meer dan 7000 mensen gevolgd.

Vitamine B6 en Alzheimer:
Bij 43 mensen die leden aan de ziekte van Alzheimer en 37 gezonde mensen mat men het vitamine B6 gehalte alsmede het homocysteinegehalte (een hoog homocysteinegehalte werkt aderverkalking in de hand en kan verlaagd worden met extra foliumzuur, vitamine B6 en B12). Mensen met een verhoogd homocysteinegehalte hadden een 10 maal grotere kans op aderverkalking maar men vond, in tegenstelling tot eerder onderzoek, geen verband met de ziekte van Alzheimer. Volgens de onderzoekers werden in eerder onderzoek dementieverschijnselen die te wijten waren aan aderverkalking ten onrechte toegeschreven aan Alzheimer. Wel bleek Alzheimer 12 maal vaker voor te komen bij mensen met een laag vitamine B6 gehalte. (Neurology, 2002)

Foliumzuur en de kans op darmkanker:
Een lage inname van de vitamine foliumzuur en het aminozuur methionine en een hoge alcoholconsumptie zijn in verband gebracht met een grotere kans op dikke darmkanker. Ook is bekend dat darmkanker in bepaalde families vaker voorkomt. Nu werd, aan de hand van de gegevens van 88758 vrouwen, gekeken in hoeverre deze factoren van invloed zijn op het risico deze ziekte te krijgen. In de loop van 16 jaar werd bij 535 vrouwen dikke darmkanker vastgesteld. Vergeleken met vrouwen die minder dan 200mcg foliumzuur per dag binnenkregen hadden mensen, bij wie darmkanker niet in de familie voorkomt en die meer dan 400mcg per dag innamen 19% minder risico gelopen op deze ziekte. Onder vrouwen bij wie de ziekte wel in de familie voorkomt was het verminderde risico door hogere foliumzuurinname 52%. Het gebruik van multivitaminetabletten, een belangrijke bron van foliumzuur, verminderde het risico aanzienlijk. Ook nam het risico af bij een hoge methionine-inname en vergrootte een hoge alcoholconsumptie de kans op darmkanker bij mensen bij wie de ziekte in de familie voorkomt. (Cancer Epid. Biom., 2002). Eerder gemeld onderzoek becijferde dat als vitamine E (minstens 200ie per dag) of multivitaminetabletten gedurende minstens 10 jaar worden ingenomen dit de kans op dikke darmkanker met respectievelijk 57% en 50% verminderd.

Vitamine C en staar:
Grauwe staar, ook cataract genoemd, is een voortschrijdende vertroebeling van de ooglens die bij meer dan de helft van 65-plussers optreedt. Eerder onderzoek toonde reeds een verband aan tussen een hoge vitamine C inname en een kleinere kans op staar. Ook bieden multivitaminetabletten bescherming tegen staar (zie hieronder). Nu werd gekeken naar een verband tussen de vitamine C inname uit voeding en supplementen en het optreden van twee specifieke vormen van staar die vooral voorkomen onder diabetici: staar in de cortex (cortical cataract) en de capsulewand (posterior subcapsular cataract) van de lens. Het bleek dat mensen die tenminste 352mg vitamine C per dag binnen kregen 57% minder kans hadden op staar in de cortex dan mensen wier vitamine C inname kleiner was dan 140mg per dag. Mensen die gedurende ten minste 10 jaar vitamine C tabletten hadden geslikt hadden 60% minder kans op deze vorm van staar. Voor staar in de capsulewand kon men geen duidelijk verband met vitamine C aantonen. (Harvard Women's Health watch, 2002)

Vitamine E en Aspirine samen sterke ontstekingsremming:
Aspirine (acetylsalicylzuur) heeft evenals vitamine E een zogenaamde COX 2 ontstekingsremmende werking. Dit kan grote voordelen hebben bij aandoeningen als reuma, aderverkalking en vermoedelijk ook bij kanker en degeneratieziektes als Alzheimer. Eén van de nadelen van Aspirine is dat het ook een COX 1 remming heeft. Met als gevolg dat de maagwand bij hogere doses wordt aangetast. Hetzelfde nadeel hebben veel andere, synthetische, ontstekingsremmende medicijnen zoals diclofenac (aspirine is een plantenextract). Dit nadeel heeft vitamine E niet. Vitamine E heeft, evenals lage doses Aspirine, echter maar een zwakke ontstekingsremmende werking. Het doet ons genoegen te kunnen melden dat onderzoek heeft aangetoond dat de ontstekingsremmende werking van vitamine E samen met Aspirine veel sterker is dan van ieder afzonderlijk. (Free Radic Biol Med, 2000)

Vitamine D en diabetes bij kinderen:
Eerdere studies hadden al een verband aangetoond tussen het gebruik van kabeljauwleverolie (rijk aan vitamine D ) door zwangere vrouwen en het minder voorkomen van diabetes type 1 van hun kinderen. Nu werd onderzocht hoe veel van de 12000 kinderen die in 1966 in Noord Finland waren geboren in de daaropvolgende 30 jaar diabetes type 1 hadden ontwikkeld. Van hen was bekend hoeveel extra vitamine D ze in hun eerste levensjaar hadden gekregen. De kinderen die regelmatig de aanbevolen dosering van 2000ie per dag hadden geslikt bleken 78% minder risico te hebben gelopen op het krijgen van diabetes dan kinderen die slechts af en toe extra vitamine D hadden gekregen. Onder mensen die in hun eerste levensjaar verschijnselen van rachitis ( de Engelse ziekte, een vitamine D gebreksziekte) hadden vertoond kwam drie keer zoveel diabetes voor als bij de anderen. Opvallend is dat in Finland de aanbevolen dosis vitamine D voor kinderen 2000ie per dag is terwijl in Nederland de maximaal toegestane dosis 400ie per dag is. Nu is er in Finland zeker ’s winters minder zonlicht (nodig voor de vorming van vitamine D) dan in Nederland. (The Lancet, 3 nov. 2001)

Laag cholesterolgehalte bij ouderen:
Van 3572 Amerikaanse mannen die tussen 1900 en 1919 geboren waren werd rond 1972 en 1992 het cholesterolgehalte gemeten. De sterfte werd bijgehouden tot eind 1996. Men verdeelde de mannen naar gelang de hoogte van het cholesterolgehalte in 1992 in vier groepen. De sterfte in de groep met de laagste cholesterolspiegel was het hoogst. In de drie andere groepen was het relatieve risico te sterven respectievelijk 28%, 40% en 35% (van laag naar hoog cholesterolgehalte) kleiner t.o.v. de groep met het laagste cholesterolgehalte. Onder mannen die zowel in 1972 als in 1992 een lage cholesterolspiegel hadden was de sterfte in de daaropvolgende vijf jaar het grootst. N.a.v. dit onderzoek mag sterk getwijfeld worden aan het nut van methoden het cholesterolgehalte te verlagen bij ouderen. (The Lancet, 2001)

Astma en vitamine C en E:
Als de lucht een hoog ozongehalte bevat, zoals op warme zonnige dagen, hebben veel astmapatiënten meer klachten. In een dubbelblind, crossover onderzoek (d.w.z. de helft kreeg eerst de vitamines en bij de tweede proef de placebo en de andere proefpersonen andersom) werd gekeken of 500mg vitamine C en 400ie vitamine E een positieve uitwerking hadden. Tijdens lichamelijke oefeningen kreeg men gedurende 45 minuten lucht in te ademen die wel of geen ozon bevatte. Ook kreeg men, om luchtvervuiling na te bootsen, gedurende 10 minuten lucht die zwaveldioxide bevatte. Aangetoond werd dat men duidelijk minder nadelig reageerde op de ozon en de zwaveldioxide als eerst de vitamines ingenomen waren. (Arch Environ Health, 2001
Vitaminetabletten en het voorkomen van staar: Volgens een onderzoek onder 3000 mensen van middelbare leeftijd en ouder hebben mensen die tien jaar of langer multivitaminesupplementen gebruiken 60% minder kans op het krijgen van staar dan mensen die geen vitaminetabletten slikken. Na correctie voor verschillen in leefwijze en dieet bleef dit percentage verminderd risico overeind. Kortstondig gebruik van multivitamines vermindert, volgens de onderzoekers, de kans op staar niet. (Archives of Ophthalmology, 2000)

Caroteen, lycopeen en longkanker:
Tot voor enkele jaren werd gedacht dat bèta caroteen aanzienlijke bescherming biedt tegen longkanker. Voeding rijk aan deze pro-vitamine leek deze bescherming te bieden. Toen uit interventiestudies bleek dat extra bèta caroteen deze bescherming niet biedt en zelfs de kans op longkanker onder zware rokers iets scheen te verhogen hebben we deze voedingsstof uit onze multivitamines gehaald. Nu blijkt uit een grootschalig onderzoek dat andere carotenoïden, met name
lycopeen <http://www.vita-send.nl/lycop.htm> en alfa caroteen, waarschijnlijk de bescherming bieden die ooit aan bèta caroteen werd toegeschreven.
Meer dan 124000 mensen werden 10 tot 12 jaar gevolgd. Gekeken werd naar de hoeveelheid carotenoïden in de voeding. Degenen met alleen een hoge bèta caroteen inname verkleinden de kans dat ze longkanker kregen enigszins. Belangrijker was het 25 respectievelijk 20% verminderde risico door het gebruik van veel alfa caroteen en lycopeen. Wortelen zijn de belangrijkste voedingsbron van alfa caroteen en tomaten van lycopeen. Volgens de onderzoekers biedt het eten van veel verschillende groenten en fruit de beste bescherming. Overigens zijn 90% van alle longkankerpatiënten rokers of ex-rokers. (
www.msnbc.com <http://www.msnbc.com/>, 2000)

Haver en vitamine E houden aderen open na vette maaltijd:
50 gezonde mensen kregen verschillende keren een erg vette milkshake te drinken samen met een bord havermoutpap, tarwepap of 800i.e. vitamine E. Na het eten van de milkshake en de tarwepap verminderde telkens de doorbloeding van de aderen met meer dan 13%. Als samen met de milkshake de vitamine E of de havermoutpap werd gegeten trad deze verminderde doorbloeding niet op. Dit onderzoek toont aan dat het eten van veel verzadigd vet de bloedvaten doet samentrekken. Haver en vitamine E verhinderen dit verschijnsel. (CBS Healthwatch, 2001)

Vitamine E verbetert ook de doorbloeding bij diabetici:
Eén van de verschijnselen van diabetes type 1 is dat de doorbloeding minder is. De samentrekking en ontspanning van de bloedvaten verloopt vaak minder goed dan bij mensen zonder deze aandoening. 41 diabetici type 1 kregen per dag 1000i.e. vitamine E of een placebo. Na drie maanden bleek dat bij degenen die de vitamine E hadden gekregen de doorbloeding (de endothele vasodilaire functie) was verbeterd vergeleken met de mensen die de placebo hadden gekregen. (J. Am. Coll. Cardiol, 2000)

Glucosamine en artrose:
Een recent grootschalig drie jaar durend onderzoek bevestigt de positieve werking van glucosamine bij osteoartritis van de knie. 212 mensen met deze aandoening kregen 1500mg glucosaminesulfaat per dag of een placebo. Na één en na drie jaar werd met behulp van radiografische apparatuur de vernauwing van het kniegewricht gemeten. De 106 patiënten die de placebo gekregen hadden vertoonden vernauwing van het kniegewricht. Dit was niet het geval bij de patiënten die de glucosamine gekregen hadden. Wat betreft de symptomen: Deze verergerden enigermate in de placebogroep terwijl er in de glucosaminegroep verbetering optrad. Er was geen verschil tussen de beide groepen in de aard en het aantal ongewenste bijwerkingen. (The Lancet, 2001)

Vitamine B12 en depressiviteit:
700 vrouwen van 65 jaar en ouder werden ondervraagd om te weten te komen in welke mate ze depressief waren. Ook werd het bloed geanalyseerd op het vitamine B12 gehalte. 14% van de vrouwen was licht depressief en 17% leed aan een ernstige depressie.27% van de ernstig depressieve vrouwen had een tekort aan vitamine B12. Dit was ook het geval bij 17% van de licht depressieve vrouwen en 15% van hun gelukkiger leeftijdgenoten. Er is dus een verband tussen ernstige depressiviteit en een tekort aan vitamine B12. (Reuter Health News, 2000) Uit dit onderzoek kan overigens niet met zekerheid worden afgeleid dat een B12 tekort depressiviteit kan veroorzaken of verergeren aangezien het ook kan zijn dat het vitaminetekort veroorzaakt wordt door de vaak slechte eetgewoonten van depressieve mensen. Eerder onderzoek en ervaringen van psychiaters als H.L. Newbold hebben echter al vaker een verband gelegd tussen diverse psychische klachten en een vitamine B12 tekort en verbeteringen gemeld na toediening van deze vitamine.(o.a. H.L. Newbold Nutrition for your Nervs, 1993)

Vitamine E en longkanker:
Eerder maakten we melding van een onderzoek waaruit bleek dat 50mg vitamine E extra per dag de kans op prostaatkanker aanzienlijk verkleint
(link) <http://www.vita-send.nl/niewo7.htm> maar niet de kans op longkanker. De gebruikte supplementen waren overigens waarschijnlijk synthetische vitamine E. Nu werden de gegevens van deze grootschalige studie (29133 mannelijke rokers van 50-69 jaar die 5-8 jaar werden gevolgd) op andere wijze geanalyseerd. Bij aanvang van de studie werd het alfa-tocoferolgehalte (vitamine E) bepaald. De mannen werden naar gelang de hoogte hiervan in vijf groepen verdeeld. Berekend werd dat de mannen in de groep met het hoogste alfa-tocoferolgehalte 19% minder risico hadden gelopen longkanker te krijgen dan mannen in de groep met het laagste vitamine E gehalte. Dit verband was sterker onder mannen jonger dan 60 jaar, onder mannen die korter dan 40 jaar rookten en onder mannen die de vitamine E hadden gekregen. Er werden overigens in de loop van de studie 1144 gevallen van longkanker geconstateerd. Volgens de onderzoekers suggereren deze gegevens dat, indien aanwezig in het beginstadium van de ziekte, vitamine E mogelijk de ontwikkeling van longkanker tegengaat. (J of the National Cancer Institute, 1999 <http://jnci.oupjournals.org/cgi/content/abstracts/91/20/1738><http://jnci.oupjournals.org/cgi/content/abstracts/91/20/1738>

EPA Visolie verlaagt triglyceridegehalte:
Een recent onderzoek onder vrouwen in de menopauze toont een aanzienlijke verlaging van het vetzuurgehalte (triglyceride) na inname van visoliecapsules. De helft van de vrouwen kreeg 8 visoliecapsules per dag en de andere helft een placebo. Na vier weken was het gehalte triglycerides zo ver gedaald bij de vrouwen die de visolie hadden gekregen dat volgens de onderzoekers de kans op hart- en vaatziektes met 27% was afgenomen. Eerder onderzoek onder mannen toonde vergelijkbare resultaten. (Reuters Health 2000 en CBS Healthwatch, 2000)

Vitamine E heeft gunstig effect op cholesterol bij diabetes type 1:
22 diabetici type 1 kregen 750 ie vitamine E per dag, gedurende een jaar, en 22 anderen eerst zes maanden een placebo en daarna ook de vitamine E. Na 3 maanden bleek uit bloedonderzoek dat het ldl-cholesterol door de vitamine E minder gevoelig voor oxidatie was geworden. Dit vermindert de kans op hart- en vaatziekten aangezien met name geoxideerd ldl-cholesterol schadelijk is voor de bloedvaten. De vitamine E had geen invloed op het bloedsuiker- of cholesterolgehalte. Het vitamine E gehalte steeg binnen drie maanden twee tot vier maal de beginwaarden en bleef stabiel tot met inname werd gestopt waarna het drie maanden duurde voordat het vitamine E gehalte weer op het originele niveau was gekomen. (Reuters Health News, 2000 uit Am. J. Clinical Nutrition)
Uit een eerder onderzoek bleek dat 400ie vitamine E per dag gedurende 8 weken niet bij diabetici maar wel bij gezonde mensen de gevoeligheid voor oxidatie van het ldl-cholesterol verminderde. In dit onderzoek gold hetzelfde voor verminderde schade aan het DNA.(Diabetes Care, 1999.
link <http://journal.diabetes.org/Abstracts/DiabetesCare/1999-10/pg1626.htm>)

Vitamine E succinaat toont antitumorwerking bij borstkanker cellen:
Vitamine E succinaat is volgens de onderzoekers de vorm van vitamine E met de sterkste antitumor werking. Men bestudeerde het effect van vitamine E succinaat op borstkankercellen in vitro (in de reageerbuis) en in vivo (in dit geval in muizen). De vitamine belemmerde de groei van de kankercellen. Het bevorderde de sterfte van kankercellen en belemmerde de groei van bloedvaten die de tumor zouden doen groeien. Dit wordt angiogenese genoemd. De gehele vitamine E succinaatverbinding was hiervoor verantwoordelijk want zowel de vitamine E als het succinezuur vertoonde de antitumorwerking. (J.Surg.Res. 2000, PMID 10945959)

Vitamines verminderen kans op hartziekten en beroertes:
Een studie onder meer dan 1 miljoen Amerikanen van 30 jaar en ouder vergeleek het verschil in sterfte, gedurende zeven jaar, tussen mensen die multivitamines gebruikten, al of niet in combinatie met aparte vitamine A, C of E en mensen die geen vitaminetabletten gebruikten. De onderzoekers vonden dat degenen die een multivitamine namen samen met één of meer van de drie vitamines 15% minder risico hadden gelopen te sterven aan hart- en vaatziektes dan mensen die geen extra vitamines slikten. Het verminderde risico was groter naarmate langer vitamines gebruikt waren. Er werd geen rekening gehouden met verschil in samenstelling van verschillende preparaten. In de groep die alleen multivitamines had geslikt bleken niet minder sterfgevallen te zijn. Volgens de onderzoekers blijkt hieruit dat een minimumdosis vitamines nodig is om de kans op overleving te vergroten. De meeste multivitaminepreparaten bevatten kennelijk te lage doses vitamines.
Wat betreft kanker bleek dat multivitaminegebruikers, al of niet in combinatie met vitamine A, C of E meer risico hadden gelopen te sterven aan kanker dan mensen die alleen losse vitamine A, C en/of E hadden genomen. Volgens de onderzoekers is de meest logische verklaring hiervoor dat bèta caroteen, een ingrediënt van de meeste multivitaminetabletten, de kans op kanker bij rokers kan vergroten en vitamine A, C of E het risico op kanker weer verkleinen. De multivitamines van Vita-Send bevatten overigens geen bèta caroteen. (Yahoo Daily News, 2000)

Antioxidanten, vitamines en veroudering; onderzoek onder gezonde 100 plussers:
Veel experimenteel onderzoek wijst erop dat ongecontroleerde oxidatie, oftewel oxidatieve stress, een belangrijke rol speelt in veroudering en het ontstaan van ziektes die op latere leeftijd voorkomen. In dit onderzoek werd het gehalte in het lichaam gemeten van de vitamines A, C, E en caroteen die dienst doen als antioxidant alsmede het gehalte van een aantal antioxidantenenzymen die het lichaam zelf aanmaakt zoals superoxide dismutase (SOD) en glutathione peroxidase (GPX). 32 mensen van boven de honderd namen deel aan het onderzoek alsmede 75 jongere mensen van tussen de 40 en 99 jaar. Bij de mensen van onder de honderd viel een duidelijk patroon te ontdekken: hoe hoger de leeftijd hoe lager het gehalte vitamines en hoe hoger het gehalte antioxidantenzyme SOD. Het opmerkelijke was dat de gezonde 100 plussers juist het hoogste gehalte vitamine A en vitamine E in hun bloed hadden en een laag SOD gehalte.Volgens de onderzoekers blijkt hieruit dat vitamine A en vitamine E een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van een zeer hoge leeftijd. (Free Radic Biol Med, 2000)

Vergelijking chroomgehalte en -uitscheiding van suikerpatiënten met gezonde mensen:
Van 93 diabetici type 2 en van 33 gezonde mensen werd het bloed en de urine op chroom gemeten. Bij de suikerpatiënten bleek het bloed 33% minder chroom te bevatten terwijl hun urine twee maal zoveel chroom bevatte dan van de gezonde mensen. Voor de gezonde mensen gold verder dat hoe hoger het chroomgehalte in het bloed hoe lager het insulinegehalte. Voor de diabetici die deze ziekte korter dan twee jaar hadden gold dat hoe hoger het chroomgehalte hoe lager het bloedsuikergehalte. Bij de mensen die deze ziekte al langer hadden trof men dit verband niet aan. De onderzoekers concluderen dat bij een chroomtekort er een grotere behoefte is aan insuline en dat de chroomverliezen via de urine bij niet van insuline afhankelijke diabetespatiënten hun toch al lage chroomstatus verslechtert. Dit draagt bij tot insulineresistentie. (J, Trace Elem. Med. Biol. 1999)

ß-caroteen en leukoplakie:
Uit eerder onderzoek bleek al dat bèta caroteen orale leukoplakie, het beginstadium van kanker in de mondholte, kan terugdringen. Een nieuw onderzoek bevestigt dit en toont tevens aan dat het gunstige effect lang aanhoudt na beëindiging van de therapie. Vijftig mensen met deze aandoening kregen gedurende zes maanden 60mg ß-caroteen per dag. Bij 26 trad er verbetering op of verdween de leukoplakie geheel en bij 20 bleef de aandoening stabiel. De 26 personen waarbij de therapie duidelijk geholpen had werden na deze zes maanden in twee groepen verdeeld. De helft kreeg nog een jaar de bèta caroteen te slikken en de andere helft een placebo. Na dat jaar was er nauwelijks verschil te bespeuren tussen de twee groepen. In elke groep zaten twee mensen waarbij de leukoplakie verergerd was. De onderzoekers concluderen hieruit dat zes maanden gebruik van extra bèta caroteen bij veel mensen orale leukoplakie kan terugdringen en dat dit effect nog lang aanhoudt. (Archives of Otolaryngology, 1999;)

ß-caroteen en vitamine E tegen zonnebrand:
Uit een twaalf weken durende test met 22 vrijwilligers bleek dat extra caroteen (25mg per dag) en vitamine E (400ie per dag) de schade aan de huid, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan UV stralen, kan verminderen met ten minste 29%.(Discovery Health, 2000)

Vitamine C vermindert kans op galstenen bij vrouwen:
vitamine C speelt een rol in de omzetting van cholesterol in gal. Daarom werd onderzocht of er een verband bestaat tussen vitamine C en het voorkomen van galstenen. De medische gegevens van meer dan 13000 Amerikanen die deel hadden genomen aan een nationaal bevolkingsonderzoek (NHANES III) werden geanalyseerd. Bij vrouwen bleek dat bij een hoger vitamine C gehalte in het bloed er aanmerkelijk minder galstenen voorkwamen. Zowel die welke met pijn en andere symptomen gepaard gaan als die gevallenwaarbij geen klachten voorkwamen.Vitamine C tabletten boden met name bescherming tegen galstenen die met pijn gepaard gaan. In totaal kwam bij 19% van de vrouwen galstenen voor en bij 10% van de mannen. Bij mannen bleek vitamine C geen grote rol te spelen.Enkele cijfers: vrouwen met een hoog vitamine C gehalte hadden 39% minder risico op galstenen die met klachten gepaard gaan dan vrouwen met een laag vitamine C gehalte. Bij mannen was dit percentage 15% maar dit kon aan toeval te wijten zijn. (
Archives of Internal Medicin, 2000 <http://archinte.ama.assn.org/issues/v160n7/full/ioi90110.html>).
St Janskruid tegenover imipramine bij depressieve mensen: Om de effectiviteit van St Janskruid en het antidepressieve medicijn imipramine te beoordelen werden 263 mensen met een depressie in drie groepen verdeeld. Eén groep kreeg 1050mg St Janskruidextract per dag (3,5 van onze tabletten). Een andere groep 100mg imipramine en de derde groep een placebo. Uiteraard wist niemand welke tabletten hij te slikken had gekregen. Na acht weken bleken de mensen die de st. janskruid hadden gekregen het beste te zijn opgeknapt. Door vijf verschillende tests werd de toestand van de patiënten beoordeeld. Bij vier tests, waaronder de Hamilton depression scale en anxiety scale waren de resultaten na gebruik van het kruidenextract en het medicijn vergelijkbaar en duidelijk beter dan na gebruik van placebo. Eén test, die het lichamelijk welbevinden van de patiënten beoordeelde, toonde alleen bij gebruik van st. janskruid een verbetering aan die groter was dan na gebruik van de neppillen. Eén van de conclusies van de onderzoekers luidt: 'Patiënten verdragen hypericumextract (st. janskruid) veel beter dan de tricyclische antidepressiva en door zodoende het trouw slikken te bevorderen kan hypericumextract een veelbelovend medicijn zijn voor langetermijn behandeling.' (British Medical Journal, 1999)
St. janskruid heeft naast een gunstig effect op de gemoedstoestand nog andere effecten. Van oudsher wordt het o.a. gebruikt om de afweer en de lever te stimuleren. Vanwege gebrek aan hard bewijs hebben we dit nog niet gemeld. Er wordt echter vermoed dat st. janskruid, door de leverwerking te stimuleren, de effectiviteit van de medicijnen theophylline, digoxine en cyclosporine kan verminderen
L-carnitine en claudicatio intermittens: Een aantal onderzoeken, waarvan we er nu twee bestudeerd hebben, tonen aan dat l-carnitine, in een doses van 1 of 2 gram per dag, claudicatio intermittens kan verminderen. Deze aandoening wordt gekenmerkt door pijn in de kuiten na een eindje lopen en komt veel voor bij mensen met verminderde doorbloeding o.a. door aderverkalking. Een verdubbeling van de maximale loopafstand en een verdubbeling van de afstand waarbij de eerste pijn begint wordt gemeld. Met name bij de mensen die deze aandoening in erge mate hebben. Deze verbetering is ongeveer twee keer zo groot als bij mensen die een placebo te slikken krijgen. In beide onderzoeken werd geen melding gemaakt van nadelige bijwerkingen. (Cardiosource, 1999; J Am Coll Cardiol, 1995)
L-carnitine en chemotherapie: Het blijkt dat ifosfamide, een cytostatica gebruikt bij kanker, de uitscheiding van l-carnitine meer dan vertachtigvoudigd. Wellicht niet onverstandig om het aminozuur extra in te nemen tijdens en na een kuur met ifosfamide. (Cancer, Chemotherapy and Pharmacology, 1999)

Vitamine C en hoge bloeddruk:
Onlangs werd een nieuw onderzoek gepubliceerd dat weer de bloeddrukverlagende werking van vitamine C aantoonde. 39 mensen met een diastolische bloeddruk tussen 90 en 110 mm kwikdruk werden in een vitamine C en een placebogroep verdeeld. De vitamine C groep kreeg gedurende 30 dagen 500mg vitamine C per dag te slikken. De bloeddruk daalde door de vitamine C met circa 10%. Dit was het duidelijkst het geval bij de systolische (boven) druk. (http://
www.thelancet.com/newlancet/sub/issues/vol354no9195/body.research_2048.html <http://www.thelancet.com/newlancet/sub/issues/vol354no9195/body.research_2048.html>)

Vitamine C vermindert kans op chronische klachten na fracturen:
Na de heling van een polsbreuk komen nogal eens chronische klachten voor die 'reflex sympathetic dystrophy' of RSD worden genoemd. Om te kijken of extra vitamine C hier bescherming tegen biedt door de genezing van de polsbreuk te verbeteren kregen 123 mensen met een polsbreuk 500mg vitamine C of een placebo per dag. RSD trad op bij 7% van de mensen die vitamine C hadden gekregen en bij 22% van de anderen. De onderzoekers achten het mogelijk dat vitamine C niet alleen chronische klachten na een polsbreuk kan helpen voorkomen maar ook chronische klachten na andere fracturen en trauma's. (
The Lancet, 1999 <http://www.thelancet.com/newlancet/sub/issues/vol354no9195/body.article2025.html>)

Vitamine C vermindert kans op loodvergiftiging:
Uit analyses van een grootschalig Amerikaans onderzoek onder 20000 mensen bleek dat een te hoog loodgehalte bij circa 1 op de 200 mensen voorkwam. Naar gelang de hoogte van het vitamine C gehalte in het serum werden drie groepen ingedeeld. Het bleek dat de kinderen in de hoogste vitamine C groep 89% minder risico hadden gelopen op een te hoog loodgehalte t.o.v. de laagste vitamine C groep. Bij de volwassenen was dit percentage 68%. Het loodgehalte in het algemeen bleek bij de volwassenen sterk negatief gecorreleerd met het vitamine C gehalte (d.w.z. hoe hoger de vitamine C, hoe lager het lood). Dit was niet het geval bij de kinderen. (JAMA, 1999)
Rokers hebben doorgaans hoge loodgehaltes in hun bloed. 75 rokers werden in drie groepen verdeeld. Zij kregen respectievelijk 200mg vitamine C per dag, 1000mg vitamine C of een placebo. Na een week was het loodgehalte in de 1000mg vitamine C groep gedaald met 81%. (Vitamin Update uit J. Am. College of Nutrition, 1999)

Vitamine E en pentoxifylline tegen chronische weefselbeschadiging na bestraling:
Mensen die bij de behandeling van kanker bestraling hebben ondergaan krijgen vaak na enige tijd last van ontstekingen, verhardingen en anderzijds aangetaste weefsels die niet beter worden maar verergeren. Dit wordt 'radiation induced fibrosis' genoemd. 43 mensen die enige jaren ervoor bestraald waren tegen borst- of hoofd- en nekkanker en hier veel last van hadden kregen per dag 1000ie vitamine E en 800mg pentoxifylline ( een vaatverwijder) . De huid en het onderliggende weefsel begonnen langzaam maar gestaag te helen zodat na een jaar de aangetaste delen met 66% waren teruggedrongen met uitzicht op verdere genezing. Voordat met dit onderzoek was begonnen behandelde men eerst een aantal andere mensen met dezelfde kwaal met alleen 700ie vitamine E per dag. Dit gaf ook verbetering. Zij het in mindere mate.
Een andere effectieve behandeling voor deze aandoening is niet bekend.
(J. of Clinical Oncology, 1999;
<http://www.jco.org/cgi/content/full/17/10/3283>)
Selenium en mannelijke onvruchtbaarheid: Er is nu een verklaring gevonden voor het verband tussen lage seleniumgehaltes en verminderde vruchtbaarheid van de man. Sperma bevat een proteïne, phospholipide hydroperoxide glutathione peroxidase, dat voldoende selenium dient te bevatten anders zijn de zaadcellen bijzonder breekbaar. (Science, 1999)

Omega 3 vetzuren en manische depressiviteit:
Dertig mensen die leden aan manische depressiviteit kregen, naast de bestaande therapieën, hoge doses EPA visolie capsules of placebocapsules met olijfolie te slikken. Gekozen was voor een zeer hoge dagelijkse dosis, vergelijkbaar met circa twaalf van onze EPA visoliecapsules, om niet het risico te lopen te weinig te geven en visolie bijzonder veilig is. De patiënten die de visolie hadden gekregen vertoonden minder manische en , vooral, minder depressieve symptomen dan de anderen en de periode dat ze weinig klachten hadden duurde langer. (Archives of General Psychiatry, 1999) Jammer genoeg moest na vier maanden het onderzoek worden stopgezet vanwege gebrek aan visoliecapsules anders had men een grotere groep kunnen behandelen en waren de resultaten wellicht nog opmerkelijker. Het duurt tamelijk lang voordat EPA visolie het functioneren van de hersenen verbetert. De vetzuren moeten geleidelijk opgenomen worden in de celwanden.

Selenium en leverkanker bij mensen die besmet zijn met een hepatitisvirus:
De onderzoekers hadden een groep mannen gevolgd die meegedaan hadden aan een bloedtest en positief waren getest op het hepatitis B of C virus. 69 van hen kregen na een aantal jaren leverkanker. Van het opgeslagen bloed werd het seleniumgehalte gemeten en vergeleken met 139 mannen die geen leverkanker hadden gekregen maar wel besmet waren met een hepatitisvirus. Het bloed van degenen die later leverkanker hadden gekregen bleek aanzienlijk minder selenium te bevatten dan van de anderen Dit negatief verband tussen het seleniumgehalte en het risico op leverkanker was het sterkst onder de rokers en onder degenen die tevens lage vitamine A gehaltes in hun bloed hadden. (Am. J. Epidemiol, 1999)

Vitamine C en het ijzer- en vitamine B12 gehalte:
Omdat nog steeds door sommigen wordt beweerd dat extra vitamine C kan leiden tot een vitamine B12 tekort of een te hoog ijzergehalte (mogelijke risicofactor bij hart- en vaatziekten en diabetes) of het risico op nierstenen kan vergroten werden aan de hand van de gegevens van een groot onderzoek de betreffende cijfers geanalyseerd. Een hoog vitamine C gehalte was, met name bij mannen, juist gecorreleerd met een hoog vitamine B12 gehalte. Er bestond geen duidelijk verband tussen een hoog vitamine C en een hoog ijzergehalte. Alleen bij vrouwen, die eerder het risico lopen op een ijzertekort, was er enig verband tussen het ijzer- en vitamine C gehalte. Er werd geen verband gevonden tussen het risico op nierstenen en vitamine C. ( Archives of Internal Medicine, 1999)

Vitamine E verbetert oog- en nierafwijkingen bij suikerpatiënten:
36 diabetici type 1 en zes gezonde mensen kregen per dag 1800 i.e. vitamine E of placebo's. Na vier maanden werd er gewisseld en kreeg de andere groep de placebo's respectievelijk de vitamine E (dit wordt 'dubbelblind, placebogecontroleerd, crossover' genoemd). Telkens werd de doorbloeding van het netvlies en de nierfunctie (creatininegehalte in de urine) gemeten. Bij de diabetici, die overigens allen korter dan tien jaar aan deze ziekte leden, verbeterde de vitamine E de doorbloeding van de ogen, die bij aanvang 17% slechter was, tot dezelfde waarden als van de gezonde mensen. De creatinineuitscheiding normaliseerde zich d.w.z. de werking van de nieren verbeterde. De vitamine E had geen invloed op het bloedsuikergehalte. (Diabetes Care, 1999;
<http://journal.diabetes.org/FullText/Diabetes%20Care/1999-08ft/pg1245.htm>)

Vitamine E en het geheugen:
Van 5143 Amerikanen die een eenvoudige geheugentest hadden ondergaan werd na bloedanalyse gekeken of er een verband bestond tussen de resultaten van de test en het gehalte vitamine A, C, E, selenium of caroteen. De onderzoekers vonden een sterk verband tussen het vitamine E gehalte en het geheugen. Er bestond geen correlatie tussen het gehalte van de andere voedingsstoffen en het geheugen. () (Am. J. Epidemiology, 1999)
Een ander onderzoek, gepresenteerd in hetzelfde wetenschappelijke tijdschrift, duidt erop dat gematigde alcoholconsumptie niet slecht is voor het geheugen en het concentratievermogen als je weer nuchter bent. Vooral vrouwen die 2-4 glaasjes per dag dronken deden het beter in tests dan hun geheelonthoudende seksegenoten.

Magnesium en nierstenen:
Van 27000 mannelijke Finse rokers (deelnemers aan de zogenaamde ATBC studie) werd het eetpatroon vastgesteld. Na vijf jaar bleken 329 personen nierstenen te hebben gekregen. Gezocht werd naar mogelijke verbanden tussen hoge of lage inname van bepaalde voedingsstoffen en het risico op nierstenen. De 6750 personen met de hoogste magnesiuminname hadden 48% minder risico gelopen op het krijgen van nierstenen dan de 6750 mannen (kwart) met de laagste magnesiuminname. Het drinken van bier zou ook bescherming moeten bieden tegen nierstenen. Vermoedelijk omdat veel drinken in het algemeen bescherming biedt. Een hoge vezelinname vergroot volgens deze studie de kans op het krijgen van deze pijnlijke aandoening. (Am. J. Epidemiology, 1999) Zie tevens de catalogus over de rol van suiker en zout.

Foliumzuur en depressies:
Twintig mensen met een depressie die hiervoor de nieuwste soort medicijnen (ssri's zoals prozac) hadden gekregen maar hier niet op reageerden kregen extra foliumzuur te slikken. De symptomen namen af, zoals gemeten met de Hamilton Depression Scale, van 19 naar 12. (bij 10 of hoger wordt men geacht een echte depressie te hebben) Bij vier patiënten zelfs tot beneden de vier. De rol die foliumzuur speelt bij de vorming van s-adenosylmethionine (zie catalogus onder foliumzuur en l-methionine) wordt voor deze antidepressieve werking als verklaring gezien. Uit ander onderzoek blijkt dat ook lithium (een mineraal dat alleen op recept verkrijgbaar is) een aantal patiënten die niet reageren op de gebruikelijke antidepressiva kan helpen. (NRC handelsblad, 2 okt. 1999)

Vet en borstkanker:
Als onderdeel van de Amerikaanse zogenaamde "Nurses' Health Study" werd gekeken of de vetinname van belang is voor het risico op borstkanker. Van 88795 vrouwen werd door ingevulde vragenlijsten in 1980, 1984, 1986 en 1990 vastgesteld wat de gemiddelde vetinname was. In de loop van veertien jaar kregen 2956 vrouwen borstkanker. Degenen die 20% of minder van de calorieën uit vet haalden hadden 15% meer risico gelopen borstkanker te krijgen dan degenen waarvan de voeding voor 30,1%-35% uit vet bestond, bij dezelfde totale calorie-inname. Verder werd berekend dat bij een 5% stijging van de vetinname t.o.v. de koolhydraat- en eiwitinname (dus circa 30 gram meer vet en 60 gram minder koolhydraten en eiwitten) er 4% minder borstkanker voorkwam. Onderverdeeld naar verschillende soorten vet waren er geen opzienbarende verschillen. Meervoudig onverzadigd vet kwam iets gunstiger uit de bus dan andere soorten vet maar dit kan aan het mogelijk meer eten van salades gelegen hebben door de mensen die veel van dit soort vetten gebruiken. (JAMA abstracts, 1999)
Vitaminen en blaaskanker: De helft van zestig blaaskankerpatiënten kreeg na behandeling 40000i.e. vitamine A, 100mg vitamine B6, 2000mg vitamine C en 400i.e. vitamine E per dag te slikken. De andere dertig kregen maar 5000i.e. vitamine A, 2mg vitamine B6, 60mg vitamine C en 30i.e. vitamine E per dag extra. Na vijf jaar bleek 43% van de hooggedoseerde vitaminegroep opnieuw een kankergezwel te hebben gekregen. In de laaggedoseerde groep was dit percentage echter 80%. De opzet van dit onderzoek bewijst dat positieve effecten van vitaminen bij kanker niet veroorzaakt worden door het wegwerken van eventuele ernstige tekorten maar dat hoge doses nodig zijn. Overigens zullen veel deskundigen van mening zijn dat de gegeven doses nog veel te laag was. (Orthomoleculair Jaarboek, 1996)
Vitamine C en de longen: Uit een Chinees onderzoek onder 3000 platelandsbewoners blijkt dat vitamine C beschermt tegen longaandoeningen zoals emfyseem en bronchitis. Dit bleek uit bloedonderzoek en uit analyse van de voeding. Van vitamine A, E en bèta caroteen kon dit verband niet worden aangetoond. (Fit met Voeding, 1998)
Van het gunstige effect van vitamine C alsmede een beschermende werking van visolie op deze longaandoeningen hebben we al eerder gewag gemaakt. Ook dat -caroteen uit supplementen mogelijk een averechts effect op de longen kan hebben.

Chroom lager bij ouderen:
Uit analyse van 51650 bloed-, zweet- en haarmonsters kon worden aangetoond dat het chroomgehalte bij het stijgen van de leeftijd daalt. Ook bleek dat mannen gemiddeld minder chroom in hun lichaam hebben dan vrouwen. Chroom is o.a. van groot belang voor de bloedsuiker- en vetstofwisseling. Volgens de onderzoekers wordt de daling veroorzaakt doordat het eten van geraffineerde koolhydraten (bijv. suiker), die zelf geen chroom meer bevatten, de uitscheiding van chroom in de urine bevorderen. (Orthomoleculair Jaarboek, 1998)

Vitamine C als vaatverwijder:
Een aantal personen met een zwak hart kreeg één gram vitamine C of placebo per dag gedurende vier weken. In de vitamine C groep mat men nadien 12% meer slagaderverwijding en in de placebogroep niet. Deze normalisering vond men ook in een, eveneens kleinschalig, onderzoek met een éénmalig infuus van vitamine C. Men vermoedt dat het tegengaan van vrije radicaalschade aan stikstofoxide (een vaatverwijdende stof in het lichaam) de verklaring is voor het gunstige effect van vitamine C. (Ortho, 1998)
Deze onderzoeken bewijzen dat de z.g. deskundigen die beweren dat vitamine schadelijk is voor uw gezondheid niet de waarheid spreken.
TOP
********************************************************************************
Phyto Basisformule
Basisformule
Bloedvaten
Bloeddruk
Hart
Suikerstofwisseling
Bloedvetwaarden
Afweersysteem
Botten
Gezonde celfunctie
Versteviging bindweefsel
Opbouw bindweefsel
Stoelgang
Verhogen vitamine C
Ogen
Voor vrouwen
Spijsvertering
Visolie Capsules
Meer info klik op de foto